25 september 2017

Concert 24 augustus 2017

Donderdag 24 augustus 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Chen Reiss, sopraan

Haydn: Symfonie nr. 82
Mahler: Symfonie nr. 4

Het is me bij de opera wel eens overkomen: te laat komen. Dat was een uitvoering van Siegfried, dus ik kon toen ruim anderhalf uur het telaatkomershokje van het Muziektheater in. Nu dan voor het eerst in het Concertgebouw. Concerten beginnen daar al sinds de prehistorie om 20.15 uur, maar bij de robeco zomerconcerten een kwartier eerder; deze concerten worden relatief veel bezocht door muziekliefhebbers van ver buiten de stadspoorten en dat kwartiertje is kennelijk nodig om hen op tijd weer thuis te laten geraken. Ikzelf woon om de hoek en samen met de macht der gewoonte zorgde dat ervoor dat ik Haydns De Beer-symfonie op een tv-scherm kon bekijken, met het geluid asynchroon uit kleine luidsprekertjes. De altijd bijzonder vriendelijke concertgebouwmedewerkers boden me halverwege het stuk al een kopje koffie aan. Na de pauze dan gewoon in de zaal Mahlers Vierde. Ik hoorde het stuk bij het KCO al vele malen: o.l.v. Bernstein, Haitink, Fischer, Chailly, Jansons... Gatti dirigeerde de symfonie zonder onderbrekingen, en in de begindelen relatief traag. Waar Haitink, Fischer en Jansons het Ruhevoll vloeiend en zangerig lieten spelen, benadrukte Gatti vooral de duistere en dramatische kanten. De mij onbekende sopraan Chen Reiss zong werkelijk prachtig - haar stem leek gemaakt voor deze partij. Ik betwijfel of dit de meest idiomatische Vierde Mahler is uit de muziekgeschiedenis, maar Gatti laat het KCO wel steeds onwerkelijk mooi musiceren.

31 augustus 2017

Recital 30 juli 2017

Zondag 30 juli 2017, Concertgebouw Amsterdam
Leo van Doeselaar, orgel

Bach: Toccata, adagio en fuga BWV 564
Beethoven: Adagio WoO 33/1
Mendelssohn: 2 delen uit Symfonie nr. 5
De Klerk: Passacaglia
De Klerk: Toccata
Widor: 3 delen uit Symfonie nr. 5

Twee jaar geleden speelde Van Doeselaar - o.a. huisorganist van het Concertgebouw - een solorecital (zie hier de weblog) en nu een herhaling van dat recept. Naast het orgel een groot videoscherm en camera, gericht op de handen en voeten van de organist. Van Doeselaar had een gevarieerd programma samengesteld, met bekende en onbekende stukken, van klassiek tot relatief modern. Van Mendelssohns Reformatie-symfonie maakte William Thomas Best een transcriptie voor orgel, en Van Doeselaar speelde daarvan het derde en vierde deel. Bekende muziek in een geheel andere setting - het klonk grandioos. Charles-Marie Widor schreef 10 symfonieën voor orgel, en de Vijfde is verreweg het bekendst - of eigenlijk alleen het slotdeel daarvan. Dat is inderdaad een heerlijk stuk, maar ook het tweede en vierde deel dat Van Doeselaar uit deze symfonie speelde mochten er zijn. gewoon lekker, zo'n uur orgel in de Grote Zaal op een regenachtige zondagmiddag.

31 juli 2017

Opera 9 juni & 2 juli 2017

Vrijdag 9 juni en zondag 2 juli 2017, Het Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

R. Strauss: Salome

Salome - Malyn Byström
Herodes - Lance Ryan
Herodias - Doris Soffel
Jochanaan - Evgeny Nikitin
Narraboth - Peter Sonn
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti

Twee keer naar Salome, naar de première en naar de voorlaatste voorstelling van de reeks. Na de première was ik nog niet helemaal overtuigd van zowel de enscenering en de uitvoering. De uitbeelding door Ivo van Hove vond ik een beetje eendimensionaal: het grote zwarte toneel en daarachter het steeds kleiner wordende deel van het paleis van Herodes. De symboliek was duidelijk genoeg, maar het was wel erg zwart allemaal. Er stonden goede zangers op het toneel, en Malyn Byström is visueel een ideale Salome en vocaal overtuigend genoeg, maar ze leek wel steeds tegen het randje van haar kunnen te zingen. Evgeny Nikitin, Lance Ryan en Peter Sonn zongen prima, maar de echte ster van de avond was voor mij toch Doris Soffel, die ook bij de vorige reeks in 2009 Herodias zong (zie hier en hier), en nu alle subtiliteiten van haar rol liet horen en zien. Het Koninklijk Concertgebouworkest in de bak van het Muziektheater is natuurlijk pure weelde en het klonk allemaal geweldig, maar bij de première vond ik de tempi van Gatti aan de lage kant. De Dans van de 7 sluiers klonk prachtig maar miste extase. Enfin, een fraaie maar niet overweldigende Salome. Drie weken later vond ik de vocale prestaties beter; het leek alsof Byström zelfverzekerder zong en ook Lance Ryan klonk natuurlijker. Het KCO speelde wederom grandioos; Gatti is een theaterdier en wist zijn orkest er helemaal in mee te krijgen. En tja, wat een meesterwerk van die rare Richard!

27 juni 2017

Concert 8 juni 2017

Donderdag 8 juni 2017, Concertgebouw Amsterdam
Sächsische Staatskapelle Dresden o.l.v. Daniel Harding
Matthias Goerne, bariton

Mahler: Blumine
Mahler: Kindertotenlieder
Dvorák: Symfonie nr. 8

Een op papier wat karig programma – volgens het programmablad Preludium zou het concert ruim voor tien uur afgelopen zijn – maar het viel in de praktijk alleszins mee. De Staatskapelle uit Dresden is een geroutineerd orkest dat – evenals de Wiener Philharmoniker – in de eerste plaats een operaorkest is, en daarnaast een aantal concertprogramma’s speelt. Voor de pauze eerst het zoete Blumine, dat Mahler ooit als deel voor zijn Eerste symfonie had bedacht, maar het eruit schrapte. Matthias Goerne is een geweldige bariton, en de door hem uit het hoofd gezongen Kindertotenlieder hoorde ik nog nooit zo mooi en vol inlevingsvermogen. Na de pauze een uitbundige Achtste symfonie van Dvorak, feilloos en weelderig gespeeld onder de kundige leiding van Daniel Harding. Het werd uiteindelijk iets na tien uur dat ik buiten stond; precies goed.

25 juni 2017

Operarecital 4 juni 2017

Zondag 4 juni 2017, Concertgebouw Amsterdam
Residentie Orkest o.l.v. Jochen Rieder
Jonas Kaufmann, tenor
Eva-Maria Westbroek, sopraan

Verdi: Preludio uit Aida
Verdi: Uit Aida: Se quel guerrier io fossi!... Celeste Aida
Verdi: Ouverture Le forza del destino
Verdi: Uit La forza del destino: La vita è inferno all'infelice
Verdi: Uit Don Carlo: Tu che le vanità
Verdi: Preludio uit Otello
Verdi: Uit Otello: Gia nella notte densa
Wagner: Ouverture Rienzi
Wagner: Uit Die Walküre: akte 1, 3e scène

Tja, dat krijg je dan als je zelden of nooit nieuwe cd's koopt en ook nooit naar de radio luistert. Dan mis je de nieuwe sterren aan het operafirmament. Vrienden hadden me al verteld dat Jonas Kaufmann toch echt de grote stertenor van deze tijd is, maar ik heb geen cd-opname van hem en bij DNO komt hij ook niet. Dit Holland Festival-recital bood dus een prima gelegenheid om hem eens in het echt en voor het eerst te horen. En ja, het kostte een paar centen, maar het publiek kreeg dat ruimschoots vergoed in een weergaloos gezongen recital. Kaufmann had er duidelijk zin in, en zijn openingsaria uit Aida zette meteen de toon. De slotnoot hoort pianissimo gezongen te worden, maar geen van de grote namen uit mijn cd-kast doen dat. Kaufmann wél; hoe geweldig! Ook Westbroek - bepaald geen goedkope also starring-artiest - zong zich overtuigend los in Tu che le vanità. Maar het echte vuurwerk van dit recital boden de twee lange duet-scènes uit Otello en Die Walküre. Tja, zo hoor je ze zelden of nooit. Ik heb eens met een vriend al onze Walküre-opnames naast elkaar gelegd en met een stopwatch de lengte van de verschillende Wälses gemeten. Lauritz Melchior kwam twee keer achter elkaar tot een seconde of tien; Kaufmann ging hier dik overheen. Het slot van deze eerste akte Walküre was extatisch: twee geweldige stemmen die hun gezamenlijke triomfen in de grote operahuizen even dunnetjes wilden overdoen, en zongen en acteerden alsof ze in de beste Wagner-enscenering zaten. Goed gespeelde ouvertures door het Residentie Orkest en Kaufmann-dirigent Rieder, inclusief een rare Preludio uit Otello, die niet in de definitieve versie van de opera zit maar wel aan Verdi (als probeersel?) wordt toegeschreven. Een geweldig concert.

13 juni 2017

Opera 25 mei 2017

Donderdag 25 mei 2017, Opéra Bastille Parijs
Opéra national de Paris

Tsjaikovski: Jevgeny Onegin

Tatjana - Anna Netrebko
Jevgeny Onegin - Peter Mattei
Olga - Varduhi Abrahamyan
Lenski - Pavel Cernoch
Madama Larina - Elena Zaremba
Filipievna - Hanna Schwarz
Gremin - Alexander Tsymbalyuk
Orchestre et Choeurs de l'Opéra national de Paris o.l.v. Edward Gardner

Een flinke samenloop van omstandigheden bracht mij voor het eerst naar de Opéra Bastille in Parijs: ik moest voor werk naar Parijs en bleef er het aansluitende Hemelvaartweekend dat op donderdag begon, geliefde kwam over en mijn goede vriend met wie ik ongeveer de helft van alle concerten en opera's bezoek, ging dat lange weekend toevallig naar zijn zus die in de buurt woont en die ik nog van vroeger ken... Enfin, zo zaten we met zijn allen ademloos te luisteren naar deze prachtopera gezongen door een droomcast, aangevoerd door Anna Netrebko, die ik twee jaar geleden voor het eerst live hoorde in La Bohème in Covent Garden (zie hier de weblog), en van wie ik ooit haar debuut-cd kocht en sindsdien de briefscène uit Yevgeny Onegin nooit mooier gezongen hoorde dan op deze cd. Tot deze avond, want na een kleine twintig jaar is haar stem er bepaald niet slechter op geworden en sloeg ze die gehele grote Bastille-operazaal volledig uit het veld met een autoriteit die je zelden meemaakt. Hoe stil het publiek ervoor ook was: na de slotnoot van die briefscène volgde een minutenlang applaus van jewelste. Ook die grandioze slotscène waarin Tatjana Onegin de les leest had een enorme kracht. Peter Mattei deed nauwelijks voor Netrebko onder. Zijn glanzende soepele bariton klonk werkelijk fantastisch. Cernoch en Tsymbalyuk voldeden uitstekend als Lenski en Gremin, en tja: met Raúl Giménez als Triquet en Hanna Schwarz als huishoudster werd even de oude zangtraditie uit de vorige eeuw binnengebracht. Het scherp en adequaat spelend orkest en de enscenering van Willy Decker maakte het genoegen compleet. Eén toneelbeeld, maar alle zeven scènes kregen een logische uitbeelding. Weinig regisseurs die dat voor elkaar krijgen. Na de opera zaten we gezessen tot ver na middernacht na te genieten met champagne, slakken, vlees, vis en chablis.

Concert 17 mei 2017

Woensdag 17 mei 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Jaap van Zweden
Denis Kozhukhin, piano

Prokofiev: Pianoconcert nr. 3
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 8

Met de aanstelling van Jaap van Zweden als de nieuwe chefdirigent van de New York Philharmonic (vanaf 2018) is hij helemaal 'hot' en kon een rentree bij het KCO niet uitblijven. De laatste keer dat hij het orkest dirigeerde was in 2008 (zie hier de weblog). Zijn Wagner-opera's in de zaterdagmatinee maakten duidelijk dat hij zijn vak verstaat; ik was dan ook heel benieuwd naar zijn optreden met het orkest waar hij lange tijd als concertmeester in meespeelde. Het viel me echter een beetje tegen. Het klonk allemaal uiterst verzorgd en precies, maar ik miste bezieling en spanning. In het Derde pianoconcert van Prokofiev leek en klonk het alsof Van Zweden en Kozhukhin totaal niets met elkaar hadden, en dat ze vooraf hadden afgesproken dat ze zo gelijk mogelijk zouden spelen, en dat voor de rest ieder voor zich zou gaan. Na de pauze een secuur gespeelde Achtste van Sjostakovitsj; het klonk allemaal prachtig, maar vooral ook een beetje hard en eendimensionaal. Van Zweden speelde een beetje teveel op safe. In de VS vinden ze dat misschien allemaal geweldig, maar ik had meer diepgang verwacht.

Concert 14 mei 2017

Zondag 17 mei 2017, Concertgebouw Amsterdam
Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe

Bach: Cantate Mit Fried und Freud ich fahr dahin, BWV125
Bach: Mis in A, BWV234
Bach: Cantate Ein feste Burg ist unser Gott, BWV80

Om de paar jaar komt Herreweghe naar het Concertgebouw om met zijn eigen koor en orkest Bach-cantates uit te voeren. In 2014 was dat voor het laatst, zie hier de weblog. Deze keer drie stukken die ik regelmatig op cd of ipod beluister - ze zitten vast geprogrammeerd in mijn geheugen. Alledrie hebben een aria, koor of fragment die je in ultieme gelukzaligheid brengt. In de Mis in A is dat voor mij dat mysterieuze Christe eleison uit het Kyrie, in de Cantate BWV125 de onnavolgbaar mooie aria 'Ich will auch mit gebrochnen Augen', en in de Cantate BWV80 de meesterlijke orkestrale inleiding en afsluiting van de bas/sopraan-aria 'Alles, was von Gott geboren'. Er is in deze werken natuurlijk nog veel meer onnavolgbaar moois te horen, maar bij deze delen ga ik even helemaal rechtop zitten. Herreweghe en zijn formatie behoeven geen verder betoog; zij zijn voor mij de ideale Bach-vertolkers. Het is allemaal gebalanceerd, vloeiend en uiterst muzikaal. En vooral nergens routineus. In het najaar terug in het Concertgebouw met de Mariavespers van Monteverdi. De foto van Herreweghe hierboven is van Wouter Maeckelberghe; die mag genoemd!

21 mei 2017

Concert 9 mei 2017

Dinsdag 9 mei 2017, Concertgebouw Amsterdam
Orchestra dell'Accademia Nazionale di Santa Cecilia o.l.v. Antonio Pappano
Yuja Wang, piano

Rossini: Ouverture Le siège de Corinthe
Tsjaikovski: Pianoconcert nr. 1
Respighi: Fontane di Roma
Respighi: Feste Romane

Acht jaar geleden hoorde ik het beste Italiaanse symfonieorkest ook al eens, ook toen o.l.v. Pappano, en dat was een geweldig concert (zie hier de weblog). Mijn verzuchting van toen werd verhoord: nu wel met een Italiaanse ouverture en Respighi! De Rossini-ouverture ken ik van een opname door het KCO en Chailly, en Pappano gaf er in de zaal een spetterende uitvoering van. Het is bepaald geen eenvoudig stuk, maar het orkest speelde uiterst precies en gedreven. Ik kan me niet herinneren of, en zo ja wanneer ik het Eerste pianoconcert van Tsjaikovski live gehoord heb. Hoe dan ook, ik ken het stuk door en door van cd, en nu dan in de concertzaal met sterpianiste Yuja Wang. Een fragiel dametje, en zoals altijd wat pikant gekleed. Maar achter de piano speelt ze als een klavierleeuw. Ik zat op het podium, maar de balans met het orkest was prima. Wang en Pappano gingen er stevig in, maar dit concert kan dat goed hebben. Na de pauze twee van de drie Romeinse schilderingen van Respighi. Pappano liet de delen en beide stukken zonder onderbreking in elkaar overgaan. Ik vind het geweldige muziek. Respighi is misschien niet een componist die tot de absolute top gerekend kan worden, maar hij heeft een unieke klankkleur, geholpen door een rijke instrumentatie en grote verschillen in dynamiek. Het Romeinse orkest speelde een kleine honderd jaar geleden ook de premières ervan, dus dit orkest wist er wel raad mee. Zowel Wang als Pappano trakteerde de zaal op twee toegiften.

Concert 3 mei 2017

Woensdag 3 mei 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Myung-Whun Chung
Isabelle Faust, viool

Brahms: Vioolconcert
Beethoven: Symfonie nr. 3 'Eroica'

Een klassiek programma, waarbij de aanvankelijk gecontracteerde Leonidas Kavakos moest afzeggen en door Isabelle Faust werd vervangen. Kavakos speelde het Brahmsconcert een kleine drie jaar geleden al bij het KCO, toen o.l.v. Jansons (zie hier de weblog). Faust bleek een uitstekend alternatief. Ze speelde het concert meer lyrisch dan krachtig en benadrukte daarmee de intiemere eigenschappen van het stuk. Ach, dat Brahmsconcert is zo geweldig dat je er meerdere kanten mee op kunt. Na de pauze een ogenschijnlijk traditionele uitvoering van Beethovens Eroica-symfonie. De Parool-recensent verwoordde daags na het concert treffend het karakter van de uitvoering: het klonk allemaal zo vanzelfsprekend dat alleen een heel goede dirigent zoiets bij zulke bekende muziek voor elkaar krijgt. De marcia funebre klonk prachtig gedragen, het scherzo uiterst precies en het slotdeel joviaal. Ik schreef het al eerder hier, maar die Chung is een erg goede dirigent die wat mij betreft vaker mag komen dan steeds om de twee, drie jaar.

14 mei 2017

Opera 30 april 2017

Zondag 30 april 2017, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Raskatov: A dog's heart

Filip Filippovitsj - Sergei Leiferkus
Bormental - Ville Rusanen
Sjarikov - Peter Hoare
Darja - Elena Vassilieva
Zina - Nancy Allen Lundy
Koor van de Nationale Opera
Nederlands Kamerorkest o.l.v. Martyn Brabbins

Deze opera van Alexander Raskatov, gebaseerd op het surrealistische verhaal van Michael Boelgakov, ging in 2010 bij DNO in première, maar ik liet dat toen aan mij voorbijgaan. De recensies toen en nu, en berichten van vrienden dat dit een wel heel erg geslaagde productie is, deden me besluiten een los kaartje te kopen. Ik verwachtte daardoor misschien een nog grotere impact, maar inderdaad: dit is een fantastische opera en enscenering. In het verhaal maakt de professor een mens van een straathond, maar die blijkt zich dan zeer onaangenaam te gedragen. Uiteindelijk maakt de professor er maar weer een hond van. Boelgakov schreef het maatschappijkritische stuk ergens in de jaren twintig van de vorige eeuw, dat door de Sovjet-autoriteiten meteen verboden werd. Pas in de jaren zeventig werd het voor het eerst gepubliceerd. De muziek is modern, en soms wat grotesk, en werd subliem gespeeld en gezongen. Sergei Leiferkus droeg de voorstelling; wat een autoriteit en kracht weet hij op zijn 70ste nog te bieden! Peter Hoare als de vermenselijkte hond en Nancy Allen Lundy als huishoudster leverden eveneens een topprestatie. Het Nederlands Kamerorkest speelde vlekkeloos. De enscenering van regisseur Simon McBurney lijkt zowat meegecomponeerd door Raskatov, zo natuurlijk en logisch steekt deze in elkaar. Het publiek beloonde zangers en orkest op ovationeel applaus; ook de componist verscheen op het podium en werd luid toegejuicht. Een aparte maar geweldige operaervaring.

Concert 20 april 2017

Donderdag 20 april 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer
Jörgen van Rijen, trombone

Bartók: Hongaarse schetsen
MacMillan: Tromboneconcert
Dvorák: Symfonie nr. 7

Solotrombonist Van Rijen zat eens tijdens een etentje naast de componist James MacMillan, die al vaker werk voor het KCO schreef. Van Rijen vroeg hem een concert voor hem te schrijven; deze avond was de wereldpremière. Geen eenvoudig stuk om te spelen, maar ook de luisteraar werd het niet gemakkelijk gemaakt. Het werk is een soort allegaartje aan moderne muziakstijlen, maar het boeide alleszins. Er zaten ook drie trombonisten in het orkest, en MacMillan had voor hen ook een speciale rol weggelegd; aan het einde van het stuk speelden de solist en zijn drie orkestcollega's vrolijk toeterend een vraag- en antwoordspel. Geen muziek voor de eeuwigheid, maar het klonk allemaal fraai. Daarvoor een kort opwarmertje met vijf korte stukjes van Bartók. Na de pauze Dvoráks Zevende die ik door en door ken, maar niet zo aantrekkelijk vind als zijn Achtste en Negende. In de eerste twee delen komen de melodieën maar heel moeizaam los; de twee slotdelen vind ik beter geslaagd. Fischer gaf alles het volle pond. De foto hierboven werd door Van Rijen zelf gemaakt.

29 april 2017

Concert 29 maart 2017

Woensdag 29 maart 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andris Nelsons
Yefim Bronfman, piano

Prokofiev: Pianoconcert nr. 2
Sjostakovitsj: Symfonie nr. 11

Twee geweldige stukken op het programma, met een voor dit repertoire ideale dirigent en pianist. Ik heb het hier al vaker geschreven, maar dat Tweede pianoconcert is mijn favoriete van de vijf die Prokofiev componeerde. Alleen al die fenomenale cadens in het eerste deel; het maakt in lengte zowat de helft van dat hele deel uit! Bronfman speelde het superieur en met ogenschijnlijk gemak. De Elfde van Sjostakovitsj hoorde ik vele jaren terug bij het NedPho o.l.v. de toenmalige chef Yakov Kreizberg (zie hier de weblog) en later bij het KCO o.l.v. zijn broer Semyon Bychkov (zie hier). Nu dan met Nelsons, die bij het KCO bezig is aan een cyclus met alle symfonieën. Op het vervolg moeten we even wachten, want volgend seizoen geen Nelsons bij het orkest. Zoals bij de eerdere afleveringen in de cyclus een gedreven uitvoering. Over de aard van het stuk schreef ik al uitvoerig in de vorige weblogs; geweldige symfonie!

27 april 2017

Concert 23 maart 2017

Donderdag 23 maart 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest ol.v. Thomas Hengelbrock
Balthasar-Neumann-Chor
Katja Stuber, sopraan
Marion Eckstein, alt
Andreas Weller, tenor
Reinhard Mayr, bas

Schubert: Stabat Mater
Schubert: Symfonie nr. 8 'Unvollendete'
Mozart: Requiem

Nikolaus Harnoncourt was jarenlang van onschatbare waarde voor het KCO, maar hoe onwaarschijnlijk krachtig hij was: ook zijn leven bleek eindig. Pinnock en Herreweghe zijn goede alternatieven met hun eigen stijl, en ook Harnoncourt-student Hengelbrock lijkt een logische vervanger. Na een lieftallig en kort Stabat Mater een gedreven en scherpe uitvoering van Schuberts Onvoltooide - het stond ook op het programma bij mijn eerste bezoek aan het Concertgebouw(orkest) in 1985, toen o.l.v. Harnoncourt (zie hier de webog van dat concert). De cd-opname door Harnoncourt en het KCO blijft geweldig, maar Hengelbrock dirigeerde een minstens zo pakkende uitvoering, alsof zijn leven ervan afhing. Die Onvoltooide is een stuk met twee gezichten: ogenschijnlijk zijdeachtig, maar opeens ook heftig en ongemakkelijk. Na de pauze een prima uitvoering van Mozarts Requiem - de uitvoering o.l.v. Jansons in 2011 was in de zaal erg fraai (zie hier de weblog), maar klinkt op de cd helaas wat te wollig. Ik kon ook deze avond niet wennen aan de Süssmayer-versie, maar het klonk allemaal erg gedreven en voortvarend. Mooi concert.

23 april 2017

Concert 16 maart 2017

Donderdag 16 maart 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mickal Nesterowicz
Lisa Batiashvili, viool

Sjostakovitsj: Vioolconcert nr. 1
Bruckner: Symfonie nr. 1

Ik kocht een los kaartje voor dit concert om eens die Eerste symfonie van Bruckner live te horen. Ik ben een groot liefhebber van zijn symfonieën, maar die Eerste heb ik op cd nooit kunnen uitluisteren, dus ik dwong mezelf die zaal in. En tja, het is gewoon een stom stuk. De Nulde is aantrekkelijker, en de Tweede ten opzichte van deze Eerste bijzonder geslaagd. Maar deze eersteling is eigenlijk heel vervelend. Het Scherzo herbergt de nodige beloftes, maar in de andere delen is het een spraakwaterval van muzikale ideeën. Aan de uitvoering lag het niet: de voor de zieke Vladimir Jurowski ingevlogen jonge Poolse dirigent Mickal Nesterowicz dirigeerde de symfonie uit het hoofd en met autoriteit. Voor de pauze pure magie met Lisa Batiashvili die een geweldige uitvoering gaf van het Eerste vioolconcert van Sjostakovitsj. Ik ken het stuk sinds mijn 16e toen ik het eens op de radio hoorde en er een plaat van kocht (de eerste opname überhaupt van het stuk, met David Oistrach en Jevgeny Mrawinsky). Het stond ook op de lessenaars bij mijn tweede bezoek aan het Concertgebouw(orkest), en mijn eerste keer Haitink. Zie hier de weblog ervan. Het derde deel ervan, de Passacaglia, kan ik niet zonder droge ogen beluisteren. Het is een grandioos vioolconcert. Hierboven Sjostakovitsj en Oistrach.

27 maart 2017

Concert 2 maart 2017

Donderdag 2 maart 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. John Eliot Gardiner
Ann Hallenberg, mezzosopraan

Elgar: Ouverture Cockaigne
Mahler: Rücker Lieder
Elgar: Symfonie nr. 2

Sir Edward Elgar is niet de nationale componist als Verdi, Berlioz of Tsjaikovski waar je als Engeland eeuwig trots op kunt zijn. Maar goed, veel beter dan wat wij Nederlanders te bieden hebben natuurlijk. Ik heb er niet eens een cd-opname van, maar hoorde zijn Tweede symfonie één keer eerder in zijn geheel: ergens begin jaren '90 live door het KCO o.l.v. André Previn. Toen vond ik het een warrig stuk, en dat vond ik dit keer weer, maar 25 jaar meer luisterervaring hielp wel, alsook de uiterst sprankelijke en gedreven uitvoering door Gardiner. Het KCO speelde het stuk in de tussentijd ergens rond 2005 ook al eens, o.l.v. Colin Davis, maar die uitvoeringenreeks heb ik toen overgeslagen. Maar raar: waarom nooit die Eerste symfonie? Die speelde het KCO sinds ik hun concerten bezoek nog nooit. En de cd-opname o.l.v. Barbirolli ken ik zowat noot voor noot - prachtig stuk! Voor de pauze de Cockaigne-Ouverture: heerlijk bombastisch en gedreven! Ann Hallenberg bleek een welhaast ideale vertolkster van de Rückert Lieder van Mahler - hoe mooi die àndere liederen uit deze cyclus ook zijn: 'Ich bin der Welt abhanden gekommen' is Mahlers mooiste orkestlied, het ontroert bij iedere vertolking. Sublieme tekst, sublieme muziek. Snel weer terug die Gardiner, nu met die Eerste van Elgar!

14 maart 2017

Opera 17 februari 2017

Vrijdag 17 februari 2017, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Borodin: Prins Igor

Prins Igor - Ildar Abdrazakov
Jaroslavna - Oksana Dyka
Prins Galitski/Khan Kontzak - Dmitri Ulyanov
Vladimir Igorevitsj - Pavel Cernoch
Kontskajovna - Agunda Kulaeva
Koor van De Nationale Opera
Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Stanislav Kochanovsky

Het is lange tijd terug dat ik me zo heb verveeld bij een operavoorstelling. Het proces waarop die verveling toeslaat en tot ergernis overgaat is best boeiend. Tijdens het eerste half uur hoop je dat het nog goed gaat komen; veel opera's moeten een beetje op stoom komen. Maar als verbetering uitblijft, gaat het gevoel overheersen dat het een heel lange en nare avond gaat worden. Daarna verbijt je je dat je 100 euro hebt betaald voor iets heel vervelends, maar ook dat al die zangers, koorleden, orkestleden en troepen in de coulissen voor zo'n rotstuk zoveel moeite hebben gedaan en nog moeten doen. En dan is er opeens licht aan het einde van de tunnel: het slotakkoord is in zicht. Want wat was dit een vervelende opera-avond. Het lag aan bijna alles. Allereerst Borodin zelf. Zijn muziek is op zijn best aardig, maar veelal langdradig en weinig melodieus of pakkend. Hij was chemicus van beroep, componeerde als hobby, maar schreef ook zelf het libretto, en dat bleek echt te hoog gegrepen. Dramatisch uitermate zwak om een hele scene te bouwen waarin Jaroslavna hoort dat Igor de oorlog tegen de Polovtsen heeft verloren, terwijl dat een uur eerder in de vorige akte al duidelijk was. Ook de gezongen teksten bleken matig. Er werd redelijk tot goed gezongen, nergens uitzonderlijk. Ja, het operakoor is grandioos, wat een weelde om dat hier te hebben! Het Rotterdams Philharmonisch klonk daarentegen weinig geïnspireerd: niet door de dirigent en niet door de partituur. De enscenering vond ik eveneens niet echt boeiend. Het veld met de duizenden rode bloemen zag er fraai uit, maar die lekkage-pisstraal die in de laatste akte zeker een kwartier door alle muziek heenklaterde, maakte mijn zeikerige stemming alleen maar erger. Enfin, niet teveel gezeurd. De dag ervoor had Haitink al de hoogste muzikale toppen bereikt en zou dat anderhalve dag erna opnieuw doen (zie de weblog hieronder). Deze avond was dus al heel snel vergeten.

26 februari 2017

Concert 16 & 19 februari 2017

Donderdag 16 en zondag 19 februari 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink
dames Nederlands Kamerkoor

Debussy: Prélude à l'après-midi d'un faune
Debussy: Trois nocturnes
Bruckner: Symfonie nr. 7

Het heeft weer even geduurd, maar na een kleine vier jaar maakte Haitink zijn zoveelste come-back bij zijn oude orkest. De keren ervoor dirigeerde hij eveneens Bruckner (de Achtste en de Vijfde): zie hier en hier. Deze twee keren waren concerten van de ultieme magie. In Debussy is Haitink de beste dirigent die er is. Het is allemaal ragfijn, dramatisch en vloeiend, en vooral klein, minutieus, subtiel. Geen enkele andere dirigent doet dat hem na. Ook in de Zevende van Bruckner hield Haitink het vloeiend: relatief vlotte tempi, maar tegelijkertijd veelzeggend, geraffineerd en intens. In de coda van het Agadio klonken de Wagnertuba's op hun allermooist. Wat een ruimtelijke muziek componeerde Bruckner hier! De verschillen tussen de uitvoeringen op donderdagavond en zondagmiddag waren klein. Op zondagmiddag gaf Haitink de hoornsectie na het Adagio een kushand. De liefde tussen het KCO en de 87-jarige Haitink is weer helemaal terug. Over ruim een jaar - hij zal dan net 89 zijn - keert hij DV terug bij het orkest met de Negende Mahler. De foto hierboven werd tijdens de repetities voor deze concerten gemakt.

21 februari 2017

Concert 9 februari 2017

Donderdag 9 februari 2017, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Alan Gilbert
Augustin Hadelich, viool

Roukens: Boundless
Bernstein: Serenade
Sibelius: Symfonie nr. 4

Ik kan me niet herinneren of, en zo ja wanneer ik de Vierde symfonie van Sibelius eerder life gehoord heb. Ik ken het stuk al sinds mijn jonge jaren. De opname van Von Karajan op DG behoorde tot de eerste cd’s die ik kocht, dus toen draaide ik het stuk vaak. Tegenwoordig nauwelijks meer. Het is bepaald geen feestmuziek. Maar een grandioze symfonie is het alleszins: het is nog donkerder en depressiever dan Mahlers Zesde. Het KCO speelt zelden een symfonie van Sibelius, en met de Vierde op het programma een uitgelezen kans om het life te horen. Alan Gilbert sprak voor de uitvoering de zaal toe en dat zorgde ervoor dat het conservatieve publiek van de B-serie daarna vol aandacht luisterde. Gilbert heeft duidelijk affiniteit met Sibelius: de Vierde klonk geconcentreerd, voldragen en sonoor. Voor de pauze stond de muziek van Leonard Bernstein centraal. Eerst een opdrachtwerk van Joey Roukens, waarvoor hij zich door de grote Amerikaanse dirigent en componist had laten inspireren. Een levendig en aantrekkelijk orkestwerk dat vaker gehoord mag worden. Daarna de Serenade van Bernstein zelf, een half uur durend vioolconcert dat ik lang geleden eens eerder hoorde en dat eveneens vaker gespeeld mag worden. Het is een mooi, gevarieerd concert, typisch Bernstein: klassiek en jazz combinerend. Augustin Hadelich verving als solist de aanvankelijk aangekondigde KCO-concertmeester Liviu Prunaru, en deze jonge Duitser speelde meer dan voortreffelijk. Met een Paganini-capriccio als toegift kreeg hij de zaal helemaal plat.

31 januari 2017

Concert 18 januari 2017

Woensdag 18 januari 2017, Concertgebouw Amsterdam
Chamber Orchestra of Europe o.l.v. Bernard Haitink
Kristian Bezuidenhout, piano

Mozart: Pianoconcert nr. 23, KV488
Schubert: Symfonie nr. 9

Een rustige start van het nieuwe jaar: slechts één concert. Maar niet een gemiddeld concert. Na de Beethoven-, Brahms- en Schumann-cycli met het ECO nu een tweedaagse met Schubert. Ik koos voor het concert met de Grote symfonie in C. Haitink benadert op zijn oude dag de klassieken met jeugdig en fris temperament; ook op zijn 87ste verrast hij keer op keer. Met flink hoge tempi klonk die geweldige Grote spits en geraffineerd. Wat klonken die Schubert-melodieën natuurlijk en zangerig. Helaas negeerde Haitink de meeste herhalingstekens, maar het zij hem vergeven. Hem te zien dirigeren met zulk een verfijnd resultaat: het is een groot en onvergetelijk genoegen. Voor de pauze Mozarts 23ste pianoconcert, eveneens fris en verfijnd gespeeld. Bezuidenhout zat nu achter een gewone Steinway, in tegenstelling tot twee maanden geleden toen hij het Vierde concert van Beethoven op een fortepiano speelde (zie hier). Ik zat zowat op dezelfde plaats als toen (podium) en de balans was nu stukken beter. Bezuidenhout strooit vaak met versieringen, maar dit keer speelde hij relatief 'gewoon', technisch volmaakt en zeer muzikaal. Het middendeel van dit concert is een wonder van schoonheid en eigenzinnigheid. Volgende maand Haitinks zoveelste rentree bij het KCO met Debussy en Bruckner!

18 december 2016

Opera 15 december 2016

Donderdag 15 december 2016, Het Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Wagner: Parsifal

Gurnemanz - Günther Groissböck
Kundry - Elena Pankratova
Parsifal - Christopher Ventris
Amfortas - Ryan McKinny
Titurel - Bjarni Thor Kristinsson
Klingsor - Bastiaan Everink
Koor van De Nederlandse Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht

En inderdaad: Petra Lang bleek ziek (zie mijn opmerking bover de premièrevoorstelling hier), en werd vervangen door de Russische Elena Pankratova. Zij zong vanaf een plek aan de zijkant van het toneel, terwijl de regieassistente Astrid van den Akker de rol van Kundry op het podium uitbeeldde.  Tijdens de uitvoering op vrijdag 9 december was de vervanging helemaal een gedoe, lees hier hoe handig het is als tegelijkertijd ook Wagner in het Concertgebouw gespeeld wordt... Niet ideaal, maar met Pankratova had DNO wel een geweldige zangeres weten in te vliegen, die afgelopen zomer de rol ook in Bayreuth vertolkte en meer dan fantastisch zong. Groissböck was wederom de grote ster van de avond: wat een sublieme Gurnemanz! Maar ook de andere rollen kregen prima vertolkingen. Met een geweldig spelend orkest en de fraaie uitbeelding is dit een Parsifal om in te lijsten. Hierboven de foto van Albrecht met de spelende en zingende Kundry.

17 december 2016

Concert 10 december 2016

Zaterdag 10 december 2016, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Valery Gergiev
Michael Volle - Wotan
Christine Goerke - Brünnhilde
Tamara Wilson - Sieglinde

Wagner: Derde bedrijf uit Die Walküre

Grandioos concert van deze grandioze akte uit Die Walküre. De eerste 20 minuten is het 'fasten your seatbelts': de Walkürenrit, het zenuwachtige wachten op Wotan, zijn stormachtige entree en zijn woestheid daarna. Pas nadat hij de Walküren heeft weggestuurd bedaart de boel, en begint het subtiele woordenspel waarmee Brünnhilde haar vader ontdooit. Wotans Abschied is tenslotte een meesterwerk op zich. Gergiev had drie uitstekende zangers gecast; Michael Volle zong een autoritaire Wotan tegeover de emotionele Brünnhilde van Christine Goerke. Gergiev leidde het orkest tot de top; Wagner hoor je eigenlijk nooit zo goed gespeeld als door het KCO. Een concert van slechts ruim een uur, maar het voelde als een volledige operavoorstelling. Dit Essentials-concert werd gewoontegetrouw vrolijk ingeleid door Thomas Vanderveken, inclusief een interviewtje met Tjarko van der Pol, de maker van de geprojecteerde tekeningen. Die projecties hadden wat mij betreft niet gehoeven, maar ik stoorde me er ook niet aan; ik was zo geobsedeerd door de uitvoering en de uitvoerenden dat ik nauwelijks naar die projecties heb gekeken.

11 december 2016

Opera 6 december 2016

Dinsdag 6 december 2016, Het Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Wagner: Parsifal

Gurnemanz - Günther Groissböck
Kundry - Petra Lang
Parsifal - Christopher Ventris
Amfortas - Ryan McKinny
Titurel - Bjarni Thor Kristinsson
Klingsor - Bastiaan Everink
Koor van De Nederlandse Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht

Première van de herhalingscyclus van deze bijzondere productie die in juni 2012 voor het eerst werd gebracht, toen met het KCO o.l.v. Iván Fischer. Ik ging er toen drie keer heen: zie hier, hier en hier. Deze hernieuwde kennismaking beviel me bijzonder goed, ook de uitbeelding van de eerste akte, die me vier jaar geleden nog tegenviel. De tweede scene heeft een hoog Gamma-gehalte, maar de sfeer ervan wordt desondanks goed getroffen. De tweede akte is geweldig, door die gekantelde schaal - klank en beeld vervormen bij iedere stap van de zangers; maar wat een kleuren! De derde akte is muzikaal te mooi om te beschrijven - de tweede scene is niet het beste deel van de opera, maar ja: er moet eenmaal een eind aan gebreid. Ryan McKinny is geen ideale Amfortas, maar zijn monoloog in de eerste akte is heel fraai gezongen. Petra Lang is wel de ideale Kundry; ze zong geweldig, maar tijdens het slotapplaus was ze overduidelijk ontstemd; er kon geen lachje vanaf. Ik hoorde dat ze de eerstvolgende uitvoering drie dagen later heeft moeten afzeggen. Of ze voelde al aankomen dat ze ziek zou worden, of ze was artistiek oneens met Albrecht. Ik ga half december nog een keer - we zullen het zien. Christopher Ventris is volledig vergroeid met de titelrol, en ook Bastiaan Everink imponeerde door zijn klank en verschijning. Maar alle prestaties verbleekten bij die van Günther Groissböck, die zijn Gurnemanz-debuut maakte. Deze rol hoor je nooit meer beter! Wat een stem, en wat een voortreffelijke uitbeelding. Is er een andere opera-rol waar een zanger zo lang op het podium staat en zoveel te zingen heeft? De lichte aanpak van Fischer mocht er zijn, maar de zwaardere klank van Albrecht - en het geweldige orkestspel van het NedPho - deed de uitvoering van 2012 vergeten. Prachtige uitvoering!

04 december 2016

Concert 19 november 2016

Zaterdag 19 november 2016, Concertgebouw Amsterdam
Orchestre Révolutionnaire et Romantique o.l.v. John Eliot Gardiner
Kristian Bezuidenhout, fortepiano

Brahms: Serenade nr. 2
Beethoven: Pianoconcert nr. 4
Schubert: Symfonie nr. 5

Zomaar in de zaterdagmatinee, Gardiner en Bezuidenhout. Vanaf het podium, aan het uiteinde van een rij, zag het er minstens zo gedreven en muzkaal uit als het ook daadwerkelijk klonk. Gardiner dirigeerde het orkest op het scherpst van de snede. De Tweede Serenade van Brahms hoorde ik nog nooit eerder live, zelden op cd, maar toch klonk het stuk heel vertrouwd, en erg mooi bovendien. Daarna Beethovens Vierde pianoconcert, met dat ongelooflijk fantastische tweede deel. Het orkestaandeel werd door Gardiner uiterst hoekig en agressief gebracht - ja, zo kan het ook! Maar ja: dan is zo'n ielige fortepiano geen partij. Bezuidenhout speelt sierlijk, frivool en eigenzinnig muzikaal, maar de klank van zijn fortepiano is te klein voor de grote zaal, en zeker tegenover het scherpe aandeel van Gardiners orkest. Het kan ook aan mijn plek op het podium hebben gelegen, maar de 'authentieke' opvattingen van solist en dirigent klonken mij niet als eenstemmig in de oren. Bezuidenhout had het meeste succes met zijn fraaie Schubert-toegift. Na de pauze een zeer gedreven Vijfde van Schubert, waarbij Gardiner het merendeel van het orkest staand liet spelen. Het droeg zeker bij aan de gedrevenheid. Saai is het bij Gardiner nooit.

27 november 2016

Concert 16 november 2016

Woensdag 16 november 2016, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Semyon Bychkov
Emanuel Ax, piano

Mozart: Pianoconcert nr. 22, KV482
Mahler: Symfonie nr. 5

Dit was het eerste concert in een reeks van acht waarin steeds de Vijfde van Mahler het hoofdgerecht vormt. Voor de pauze mijn favoriete Mozart-pianoconcert dat ik nog nooit eerder live hoorde. Het concert in Es is puntig, met pauken en trompetten, en tegelijkertijd uiterst lieflijk en emotioneel. Het concert is zo divers, zo vol stemmingswisselingen, dat ik er nog steeds geen ideale cd-opname van heb kunnen vinden (ik heb er zeker 10 verschillende). De ene is te zijïg, de ander te hoekig, enzovoort. Deze uitvoering in de zaal was opvallend goed. Bychkov liet het orkest punting en tegelijkertijd vloeiend spelen, terwijl Emanual Ax de muzikaliteit zelve is. Het middendeel - één van Mozarts mooiste stukken - werd geweldig gespeeld; ik moest vechten tegen de waterlanders. Het KCO en Mozart: minstens zo'n geslaagde combinatie als het orkest met Mahler. Ax gooide er nog twee toegiften bovenop (Schubert en Schumann), dus de pauze was pas om half tien afgelopen - en dan die Vijfde Mahler... Het is een grandioze symfonie, maar ook een zware beklimming. Na de twee  heftige openingsdelen is het lange Scherzo een wereld op zich. Bychkov nam het Adagietto sneller dan ik ooit eerder hoorde - vloeiend, intiem, en ja: echt Adagietto. Het slotdeel is een Schlussgesang van een kwartier. Een prima uitvoering, in de Volkskrant beschreven als een welkome evenwichtige uitvoering na de uitdagend-persoonlijke Mahlers van Gatti. Ik ga voor Gatti, maar deze Bychkov-Mahler was gewoon goed! Op de foto hierboven - van de facebookpagina van het KCO - bespreken dirigent en solist hoe ze het gaan aanpakken.

17 november 2016

Opera 28 oktober 2016

Vrijdag 28 oktober 2016, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Puccini: Manon Lescaut

Manon - Eva-Maria Westbroek
Des Grieux - Stefano La Colla
Lescaut - Thomas Oliemans
Geronte di Ravoir - Alain Coulombe
Edmondo - Alessandro Scotto di Luzio
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Alexander Joel

Dit was niet de laatste voorstelling van de reeks zoals ik hier schreef, maar de op één na laatste. Enfin, ik verliet deze avond t.a.v. de uitvoering veel positiever gestemd de zaal dan na de premièrevoorstelling. Ik zat nu achterin de zaal en daar klonk het orkest minder hard, of beter: veel homogener met de zangers. Westbroek zong wederom vol présence, en La Colla bleek opnieuw een welhaast ideale Des Grieux. De enscenering zal niet als onvergetelijk de boeken ingaan, maar echt storend was deze uitbeelding ook niet. Goed dat deze prachtige opera te horen was bij DNO!

03 november 2016

Concert 20 oktober 2016

Donderdag 20 oktober 2016, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti

Wagner: Uit Götterdämmerung: Tagesgrauen, Siegfrieds Rheinfahrt, Siegfrieds Tod, Trauermarsch
Mahler: Adagio uit Symfonie nr. 10
Berg: Drei Orchesterstücke

Een prachtig programma met vooruitstrevende muziek. Gatti dirigeerde alleen het Adagio uit Mahlers Tiende nog niet eerder bij het orkest; Wagner en Berg wel al. De orkestrale delen uit Götterdämmering maakten deel uit van zijn debuutprogramma, in april 2006. Ik was bij het concert op 22 april, en schreef in mijn muziekschrift dat het een overtuigend concert was van een veelbelovende dirigent. Enfin... De drie orkeststukken van Berg stonden bij zijn terugkeer in oktober 2005 op de lessenaars; ik heb die concerten toen niet bijgewoond. De uitvoeringen werden wel op het eigen cd-label uitgebracht. Zoals eerder opgemerkt: Gatti is een avontuurlijke dirigent. Hij schuwt de eigenzinnigheid niet en dat levert spannende uitvoeringen op. Soms hapert het hier en daar, maar de energie en gedrevenheid vergoeden alles. Wagner klonk weelderig, Mahler schrijnend en dramatisch en Berg vurig en hektisch. Het orkest speelde groots. En net als bij de twee uitvoeringen van Mahler 2 vorige maand, klonk tijdens het Mahler 10-Adagio een telefoon. Het Concertgebouw weet het euvel nog steeds niet goed te bestrijden.

30 oktober 2016

Opera 10 oktober 2016

Maandag 10 oktober 2016, Muziektheater Amsterdam
De Nationale Opera

Puccini: Manon Lescaut

Manon - Eva-Maria Westbroek
Des Grieux - Stefano La Colla
Lescaut - Thomas Oliemans
Geronte di Ravoir - Alain Coulombe
Edmondo - Alessandro Scotto di Luzio
Koor van De Nationale Opera
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Alexander Joel

Deze vroege maar bijzonder meeslepende Puccini-opera klonk nog niet eerder in het Muziektheater. Het werd tijd, ook al is het begrijpelijk dat deze opera zelden wordt uitgevoerd: er zijn een grootse dramatische sopraan en lyrische tenor voor nodig die beiden perfect bij bij stem zijn en niet hoeven te forceren in hun rol, en zulke zangers zijn niet breed voorhanden. En ja: die had DNO weten te contracteren. Eva-Maria Westbroek is natuurlijk de publiekslieveling, en ze is inderdaad nog steeds formidabel. Maar het moet ook gezegd dat ze niet (meer) de ideale Puccini-zangeres is. Haar stem is donker en krachtig, maar ook weinig subtiel. Haar présence is daarentegen grandioos, dus eigenlijk valt er niks te klagen. De tenorpartij is zo mogelijk nog veeleisender en DNO haalde een sublieme Italiaan in huis. Thomas Oliemans zong een prima Lescaut - tja: daar was opeens een scene waar twee Nederlanders samen alleen op het podium heerlijk Puccini stonden te zingen. Dat gebeurt niet vaak! De enscenering viel helaas flink tegen: Andrea Breth schijnt een grote naam in de theaterwereld te zijn, maar ze beeldde dit meeslepende verhaal koel en afstandelijk uit. Bij haar opkomst bij het slotapplaus klonk er een boe-geroep zoals ik al lang niet meer had gehoord. Bij deze première klonk het orkest te hard en te ongenuanceerd. Joel dirigeerde weliswaar zwierig en vol vaart, maar het tuitte in mijn oren bij de pauze en na afloop. Het verrukkelijke Intermezzo tussen het derde en vierde bedrijf (op mijn cd-opname thuis o.l.v. James Levine wordt dit aan het begin van de derde akte gespeeld....) had zoveel dramatischer gespeeld kunnen worden! Ik schrijf deze weblog nadat ik ruim 2 weken later de laatste voorstelling van deze reeks bezocht, en de indruk daarvan was veel beter dan tijdens deze prèmiere, maar het is niet anders dan dat ik deze avond niet bepaald voldaan en overtuigd de zaal verliet.

22 oktober 2016

Concert 30 september 2016

Vrijdag 30 september 2016, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

Mahler: Symfonie nr. 7

Jansons vertrok anderhalf jaar geleden als chefdirigent, maar dirigeerde afgelopen juni met zijn oude orkest de opera Pique dame in het Muziektheater (zie hier en hier), en een kleine drie maanden later alweer terug in de Grote Zaal met Mahler 7. De liefde tussen dirigent en orkest is er nog steeds; dat bleek zowel tijdens als ook na de uitvoering bij het applaus. Jansons dirigeerde de Zevende al eens eerder bij het KCO, in december 2000. Ik was indertijd bij de uitvoering op 6 december en vond die toen teleurstellend. Ik schreef in mijn muziekschriftje dat ik de energie miste die bij Jansons zo gebruikelijk was. Welnu, deze uitvoering 16 jaar later doet de herinnering verbleken; want dit was een meer dan geweldige uitvoering! Langzame tempi in het openingsdeel, maar perfect orkestspel en een transparante en gedetailleerde vertolking. Tegelijkertijd kreeg dit overspannen eerste deel alle dramatiek en kracht die het nodig heeft. Het slotdeel is problematisch, maar bij Jansons klonk het Rondo sprankelend, bruisend en spannend. De drie delen ertussen hoorde ik nog nooit zo verfijnd, speels en dreigend. Wat een fraaie delen zijn dat dan opeens! Het applaus was terecht stormachtig. Er zijn nog een Mahler 9 en enkele Bruckners die Jansons hier nog niet gedirigeerd heeft. En tja, een Boris Godoenov...

25 september 2016

Concert 14 en 16 september 2016

Woensdag 14 en vrijdag 16 september 2016, Concertgebouw Amsterdam
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Annette Dasch, sopraan
Karen Cargill, mezzo-sopraan
Groot Omroepkoor

Mahler: Symfonie nr. 2

In twee dagen tijd twee keer naar Mahler 2. Gatti's eerste reguliere abonnementsconcerten als chefdirigent. We gaan een zeer boeiende periode tegemoet. Chailly was overgecontroleerd, en Jansons gewoon bijna standaard perfect. Gatti zal zijn diepe dalen kennen, maar ook concerten van onvergelijkbare hoogten. Hij is de man van het moment, soms wat onberekenbaar, maar daardoor juist extra spannend. Het bleek wel tijdens deze twee concerten. Op de woensdagavond klonk de Tweede Mahler ongepolijst, maar krachtig en vol energie. Twee dagen later liet Gatti het orkest meer de vrije loop, leek de symfonie zeker tien minuten langer te duren, liet hij meer stiltes vallen. In beide uitvoeringen was de spanning te snijden, speelde het orkest met een uiterste aan concentratie, en: klonk er tijdens beide concerten op de meest ongelukkige momenten een telefoon vanuit het publiek. De Tweede Mahler is een geweldige symfonie, en na de evenwichtige en grandioze uitvoeringen onder Jansons (zie hier en hier) geeft Gatti nu met eigenzinnigheid en straatvechtersmentaliteit een unieke en boeiend vervolg. Het zal niet altijd zo perfect zijn als met Jansons, maar zeker minstens zo boeiend. Ik hoop zeer dat Gatti de tijd neemt (en krijgt) om die Mahlers en Bruckners meerdere keren uit te voeren, in herhaling te nemen. Na het vrijdagavondconcert ging met ik met mijn concertgenoot nog wat eten bij souper-restaurant Bark in de Van Baerle. Gatti kwam na een halfuurtje met gevolg aan de tafel naast ons zitten. Hij lust wel een Heineken bij de pasta, zo bleek. En 'grazie' toen ik hem complimenteerde met het concert. Allora! De foto hierboven is waard om aan te klikken :-)