16 november 2009

Opera 16 november 2009


Maandag 16 november 2009, Muziektheater Amsterdam
De Nederlandse Opera

R. Strauss: Salome

Salome - Annalena Persson
Jochanaan - Albert Dohmen
Herodes - Gabriel Sadé
Herodias - Doris Soffel
Narraboth - Marcel Reijans
Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Stefan Soltesz

Wie ervan uitgaat dat dit – zoals normaliter wel de bedoeling is – een afgewogen beoordeling is van deze nieuwe productie van Salome, die kan maar beter stoppen met lezen en elders zijn heil zoeken. Want voor zover het al mijn intentie is een afgewogen oordeel te geven, het is zeker nu en misschien ook later onmogelijk om dat te doen. Ik schrijf deze regels nog geen drie kwartier nadat de laatste noot in de zaal geklonken heeft, en ik ben volledig ‘artistiek gedesoriënteerd’ (die term bedacht ik op de fiets om mijn gemoedstoestand weer te geven). Wat vaststaat: Richard Strauss componeerde een werkelijk sublieme opera! Toen ik dit stuk ruim 20 jaar geleden leerde kennen (ongeveer gelijktijdig met de eerste uitvoeringen van de Kupfer-enscenering) door aanschaf van de onvolprezen Solti/Nilsson-opname, ging mijn aandacht vooral uit naar de tweede cd: Salome’s dans en wat daarop volgt. Het gedeelte ervoor vond ik maar rommelig en ‘gedoe’. Maar nu was ik meteen vanaf de eerste maat geboeid door wat ik hoorde; wat een geweldige muziek en hoe rijk. Maar goed, mijn desoriëntatie betreft natuurlijk wat je als toeschouwer te zien krijgt. Ik snap er eigenlijk alles van, en ook helemaal niks. Want als je eendimensionaal uitgaat van het het verhaal van Salome zoals die in het programmaboekje staat, dan snap je er als toeschouwer dus helemaal niks van wat Peter Konwitschny je voorschotelt en ga je (zoals vanavond gebeurde) keihard ‘boe’ roepen terwijl de laatste klank nauwelijks uitgestorven is, of zeg je (zoals ik opving) dat deze productie de ‘grootste bullshit’ is die je ooit hebt gezien; nog nooit eerder zo’n vertwijfeld applaus gehoord trouwens. Maar wanneer je een minuutje nadenkt over de betekenis van de laatste zin van Salome’s monoloog (Und das Geheimnis der Liebe ist grösser als das Geheimnis des Todes) dan snap je nog steeds niks van deze enscenering, maar wordt deze enscenering op zijn minst toch erg interessant. Want waar bij de gekwadrateerde degeneratie van de hofhouding van tetrarch Herodes de dood cq het einde eigenlijk het enige antwoord kan zijn, streeft juist het ultieme product van deze degeneratie (Salome) naar de ultieme liefde. Nou, stof tot nadenken dus. Verder: ik heb erg moeten lachen om enkele grollen van met name Herodias (leve Doris Soffel!). Prachtig moment: Herodes poogt Salome van haar verlangen naar dat hoofd af te helpen, en Herodias houdt alvast een zilveren schaal voor de nek van Jochanaan. Maar ook Salome’s dans is een genot om te bekijken (van laatste-avondmaaltafereel tot dansorgie). Of het allemaal klopt zal me nu even een zorg zijn. Kunst is geslaagd wanneer deze tot piekeren, twijfelen en nadenken aanzet, los van de vraag of je tot oplossing komt. En dit is de eerste opera-enscenering die dit bij mij zo sterk voor elkaar krijgt. Ik ga aan het eind van de uitvoeringscyclus nog een tweede keer, dus wellicht dan iets coherenters…?

8 Comments:

Anonymous Leen said...

Ik heb al enige korte commentaren en vragen gepost op DNO Facebook.
Mijn referenties zijn:
- cd: Giuseppe Sinopoli met Cheryl Studer, Leonie Rysanek, Bryn Terfel
- uitvoering: Gergiev Festival Rotterdam 1997, regie Willy Decker (mijn favoriete operaregisseur)

18 november, 2009 12:56  
Anonymous Leen said...

aanvulling: Willy Decker is mijn favoriete operaregisseur ná Pierre Audi!
Ik vind het wel opmerkelijk dat Pierre Audi Konwitschny de mogelijkheid geeft om bij DNO opera's te regisseren.
Wat mij zo tegenstaat is dat Konwitschny een opera altijd politiseert, hij het altijd beter weet dan de componist/librettist, en je een visie door je strot duwt. En als je het niet begrijpt of niet accepteert, hij je een idioot vindt. Dat is arrogant en denigrerend naar de componist en het publiek.

18 november, 2009 13:18  
Anonymous GTH said...

Leen, ik ben het met je keus van de opnamen eens, ik ben bepaald geen liefhebber van de Solti/Nilsson Salome opname omdat a. zoals gewoonlijk vooral voor volume gaat waardoor het werk buiten proportioneel klinkt, en absoluut niet zoals je die uberhaupt ooit in het theater zou horen b. Nilsson natuurlijk stemtechnisch superieur is maar qua karakter absoluut ongeloofwaardig is. Salome maakt zei tot een dominante (oudere) tante, ipv de verwende en verveelde jonge vrouw die ze moet zijn, die alles om zich als een speeltje ziet.

Leonie Rysanek is voor mij de ideale Salome.

18 november, 2009 22:44  
Anonymous GTH said...

Ik heb de populariteit van Solti , bij zijn leven, nooit begrepen, ik heb vrijwel nooit iets onder die man gehoord wat me kon boeien, het was altijd hard, harder, hardst...en hij had de dirigeertechniek als een houthakker. Ik heb hem ooit de Sacre horen dirigeren bij het Concertgebouworkest, vreselijk slecht. Gelukkig wordt er van die ontelbare Decca opnamen zelden meer een als referentieopname genoemd.

18 november, 2009 22:48  
Anonymous Leen said...

Op de Sinopoli opname zingt Leonie Rysanek de rol van Herodias.
Leonie Rysanek is een hysterische Salome op een Golden Melodram live opname uit 1974 o.l.v. Rudolf Kempe. Jon Vickers is op deze opname als Herodes een levensgevaarlijke gek. Een beangstigende uitvoering!

18 november, 2009 23:44  
Anonymous GTH said...

Even een zijsprong, 2 stemmen waarbij welke enscenering dan ook verbleekt, van die unieke timbres blijf ik me verbazen (moeilijk kiezen, maar Volker wint net)

http://www.youtube.com/watch?v=C9wwA5ldjM8

en:

http://www.youtube.com/watch?v=Af204dlXpXw

18 november, 2009 23:50  
Anonymous Leen said...

Paul Korenhof neemt in een open brief aan Pierre Audi stelling tegen regisseur Peter Konwitschny op http://www.opusklassiek.nl/

30 november, 2009 10:54  
Anonymous Anoniem said...

zeer interessant, bedankt

11 december, 2009 20:39  

Een reactie plaatsen

<< Home